Wouter Mulier over beeldhouwen

 

Het verbaast me nog steeds; hoe je met wat gericht duwen een stukje klei tot leven kan wekken, met wat plooien en knippen een restje karton om kan toveren tot een vogel, een bloem of figuurtje...Het plezier om te creëren, betekenis te geven, lijkt me een grote kracht, een sterke motor om verder te kunnen groeien.

 

Wellicht waren de eerste ’sculpturen’ ‘ready mades’, gevonden voorwerpen die door hun opvallende vorm of specifieke locatie een bijzondere aantrekkingskracht uitoefenden. Een kleine bijkomende ingreep om deze toegeschreven, nieuwe, betekenis te versterken en we zijn vertrokken voor een lange reis doorheen de geschiedenis van de beeldhouwkunst.

 

Heel fijn bij beeldhouwen is het fysiek aspect, zowel bij de creatie als bij het beschouwen ervan. Ruimte en materie zijn concrete elementen die je letterlijk te lijf moet gaan. Het vergt een opperste concentratie van handen en hoofd, een prettige en unieke combinatie.

 

Het is soms moeilijk het bos door de bomen te zien. De cursus beeldhouwen en ruimtelijke kunst op de academie biedt hiervoor een grid aan om vanuit die fantastische overvloed een eigen en persoonlijk standpunt in te nemen. De benadering is zowel technisch, vormelijk als thematisch.

 

De realisatie van een beeld vergt veel vaardigheid en techniek. Hoe gaan we dit maken? De basishandelingen, de technische basisprincipes veranderen nauwelijks in beeldhouwen. Je kan materie in een mal gieten, je kan weghalen, toevoegen, stapelen, assembleren, vouwen, rekken... Er verandert wel veel op vlak van de grondstof zelf (nieuwe materialen) en hoe we weghalen, toevoegen, stapelen of assembleren... De evolutie van techniek is zonder twijfel van grote invloed geweest op de evolutie van de vormgeving van een beeld. Omgekeerd zal een technisch probleem om een bepaalde vorm weer te geven zeker aanleiding geven tot nieuwe technische ontwikkelingen. Marmerbewerking is hierin een mooi voorbeeld: van de vnl. geschuurde beeldjes van de Cycladeneilanden (2800 bc.) tot de virtuoos bewerkte beelden van Bernini (17de eeuw). Vorige eeuw nog zorgde het gebruik van staal, dat door de industriële revolutie ruim beschikbaar en beter manipuleerbaar werd, voor een grondige vernieuwing van de beeldtaal.

 

Beeldhouwen is op de eerste plaats een visuele, plastische taal. Een sculptuur is een plastische compositie. Om deze compositie op te bouwen zetten we de beeldelementen vorm, ruimte, zwaartekracht, lijn, licht, kleur, textuur... in. We ordenen ze ritmisch waarbij we spelen met proporties, richtingen, contrasten...

 

Wat willen we dan met die taal ‘vertellen’? Werkelijk alles, tot en met de hele wereld (‘Sokkel van de wereld’ Manzoni, 1961 ) werd al tot sculptuur benoemd. Toch lijkt het me verstandig om los van trends of modes , te kijken naar wat ons in ons diepste mens zijn raakt: leven, liefde, dood, macht, religieuze ervaring (het goddelijke, de natuur...). Als we dan opnieuw de link met de plastische taal maken, is een sculptuur geslaagd door de (formele) manier waarop die universele thema’s, letterlijk, tastbaar kunnen gemaakt worden. Hedendaagse sculpturen zouden ons extra moeten aanspreken omdat ze dat doen op een eigentijdse manier! Elke periode is anders en vraagt dan ook om nieuwe uitdrukkingsmogelijkheden.

 

Om te besluiten koppel ik dit graag aan de ‘homo ludens’, de spelende mens die (zichzelf) wil verrassen, ontdekken, experimenteren en zo getuigt van een grote vitaliteit. Dit is steeds een zeer krachtige drijfveer geweest, en zoals we voortdurend kunnen zien en ondervinden, met een explosie aan creatieve mogelijkheden tot gevolg.

De website van Wouter Mulier vind je via www.wouter-mulier.com